top of page

Wanneer werd niet bereikbaar zijn eigenlijk abnormaal?

Foto van schrijver: Karin Pohlmann
Karin Pohlmann
1 sep
2 minuten om te lezen

Er was een tijd waarin je niet hoefde uit te leggen waarom je niet bereikbaar was.

Je kon je werk verlaten, ergens naartoe gaan, een middag van huis zijn of simpelweg de telefoon niet opnemen. Niemand kon zien of je een bericht had ontvangen, laat staan of je het had gelezen. Technologie heeft dat in relatief korte tijd veranderd.


Vandaag de dag zijn we bijna overal en op ieder moment bereikbaar. Berichten komen binnen, waar we ook zijn. We kunnen zien wanneer iemand online is, wanneer een bericht is afgeleverd en vaak ook wanneer het is gelezen.

We vinden dat inmiddels heel gewoon.


Interessanter is wat er onderweg met onze verwachtingen is gebeurd.


De mogelijkheid om iemand altijd te kunnen bereiken, heeft geleidelijk ook de verwachting gecreëerd dat iemand altijd beschikbaar is. Snellere communicatie maakte sneller reageren mogelijk. En wat mogelijk was, begon langzaam te bepalen wat we redelijk vonden.

Af en toe niet bereikbaar zijn was ooit volkomen normaal. Steeds vaker lijkt het iets waarvoor een reden nodig is.


En nu is er AI.

AI-agents kunnen in onze afwezigheid informatie opzoeken, verzoeken beantwoorden en taken namens ons uitvoeren. Naarmate deze systemen meer kunnen en beter verbonden raken met onze kennis, voorkeuren en eerdere interacties, hoeft beschikbaar zijn steeds minder te betekenen dat we daar zelf bij betrokken zijn.


Dat verandert de betekenis van beschikbaarheid.


Technologie maakte het eerst steeds moeilijker om niet bereikbaar te zijn. AI begint nu beschikbaarheid los te koppelen van onze persoonlijke aanwezigheid.

Naarmate AI meer kan leren van onze kennis, voorkeuren, eerdere interacties en manier van communiceren, wordt dat onderscheid mogelijk steeds minder zichtbaar.

Met andere woorden: een versie van ons kan beschikbaar blijven terwijl wij dat zelf niet zijn.


Dat roept een belangrijke vraag op: Als anderen in onze afwezigheid kunnen blijven communiceren met een digitale vertegenwoordiging van ons, wat betekent ‘niet bereikbaar zijn’ dan straks nog?


En hoe lang duurt het voordat voortdurende beschikbaarheid verschuift van een technologische mogelijkheid naar een menselijke verwachting?


Zo veranderen normen vaak.


Er ontstaat een nieuwe mogelijkheid. Die is nuttig, efficiënt en/of gemakkelijk. We gaan deze gebruiken. We herhalen dat gedrag. Verwachtingen veranderen. En ergens onderweg ervaren we het niet langer als een verandering.

Het wordt de nieuwe normaal. Daar is op zichzelf niets goed of slecht aan.


De interessantere vraag is of we het opmerken wanneer een mogelijkheid een verwachting wordt, en een verwachting iets wordt wat we vanzelfsprekend vinden.


Want misschien is één van de meest bepalende eigenschappen van wat we normaal vinden wel dat we ons zelden herinneren dat we er ooit bewust voor hebben gekozen.


Matters of consequence.

bottom of page