‘Ik heb geen tijd.’

We zeggen het regelmatig. En vaak is het ook waar. Een dag heeft een beperkt aantal uren. Werk, gezin, afspraken, verplichtingen en alles wat tussendoor gebeurt, nemen daar een groot deel van in beslag.
Toch is tijd alleen niet het hele verhaal. Want voor sommige dingen maken we vrijwel altijd tijd. Voor andere dingen wachten we tot er tijd overblijft.
Dat verschil is interessant.
Tijd die we besteden aan een afspraak, deadline of verplichting staat meestal vast. Tijd om ergens over na te denken, niets te hoeven, te herstellen of simpelweg even geen volgende stap te zetten, behandelen we anders. Die tijd moet ergens tussen passen. En als deze er niet tussen past, verdwijnt die als eerste.
Zo kan een volle agenda meer worden dan een verzameling afspraken. Het bepaalt ook waarvoor geen ruimte meer overblijft. Dat merken we niet altijd meteen. We gaan door. Reageren. Beslissen. Regelen. Van het ene naar het andere.
Terwijl tijd niet alleen nodig is om dingen te doen. Tijd creëert ook ruimte om even niets te hoeven doen. Voor rust en herstel. Om gedachten te laten zakken. Om opnieuw te kunnen bepalen wat aandacht verdient.
Misschien is de vraag daarom niet alleen: ‘Waar heb ik tijd voor?´ Maar ook:´Waar wil ik tijd voor maken?’
Matters of consequence.



